Home / column / Zonder borstklopperij

Bert Jansma

Zonder borstklopperij

Er was eerst aarzeling toen ik gevraagd werd in een column-serie ook míjn leeslampje te laten schijnen over Den Haag Europese culturele hoofdstad in 2018. Ik had eerder van de plannen gehoord. En de daaraan gerelateerde discussie over het Haagse Spui. Over de gedachte daar een nieuw, allesomvattend kunstengebouw neer te zetten. En Danstheater en Philipszaal af te breken. Oeioeioei, in deze tijd?, dacht ik. Want de portemonnees worden platter en cultuur is een woord dat je fluisterend moet uitspreken want je weet nooit of de ‘Feind mithört’.

Bert Jansma © Koninklijke Schouwburg

Maar cultuur is ook mijn lust, mijn leven en mijn werk als kunstredacteur. Ik sloeg aan het denken. Nieuwe gebouwen voor de kunst? Ik heb jarenlang schouwburgen en culturele centra zien bouwen in alle uithoeken van Nederland als de open armen van de cultuurspreiding. Maar ik zag ook dat er steeds minder budget was om die nieuwe gebouwen met cultuur te vullen. Dat was gedachte één. En ik herinnerde me dat ik in 1987 een rondleiding kreeg door die nieuwe Haagse zalen aan het Spui van een trotse Mr.H.B. van der Meer die vond dat het “een enorme bevrijding” voor zijn Residentie Orkest was.

Het maakt dat je gaat nadenken over de betrekkelijkheid der dingen. Wat is een cultuurstad en is Den Haag dat werkelijk? Ik ging m’n eigen leven na. In de Koninklijke Schouwburg leerde ik als jongeling de subtiliteit en kracht van theater kennen door de onvolprezen Haagse Comedie. Bij Toneelgroep Arena/De Nieuwe Komedie werd ik aan de hand van leermeester Erik Vos ingewijd in wat pionieren in het jeugdtheater kon betekenen. En in diezelfde Koninklijke Schouwburg zag ik voor het eerst een nieuwe vorm van ballet door het Nederlands Danstheater. En heel Nederland keek mee met die Haagse vernieuwing. Ik begon, wonende in de Voorburgse Willem Klooslaan (nomen est omen), een literair jongerenblad, ‘Fase’. Helaas moest ik aan de Amsterdamse redactie-leden trekken om ze voor een vergadering naar Den Haag te krijgen. Den Haag? Nee, saai, Mokum, daar gebeurde het. Ja en nee, dacht ik. En dat ben ik blijven denken.

Den Haag zat verdikkeme wel degelijk boordevol cultuur. Maar nooit de cultuur van de vuistslag, van borstklopperij. De moderne popmuziek was er groot geworden, mede dankzij de Indorock door de kinderen van de weduwe van Indië. De jazz Oude Stijl blies hier na de tweede wereldoorlog vanaf de College-banken de nieuwe vrijheid in, de bebop had z’n eerste Háágse hogepriesters. Daar schreef Den Haag historie. En nog steeds verhuizen jonge jazzmusici naar de Residentie, “omdat je hier zo vaak kunt spelen”.

Den Haag had en heeft cultuur in al z’n hoeken en gaten. Soms moet je een beetje je best doen het te ontdekken. Maar hoho, twee theatergezelschappen die tot de ‘fine fleur’ van Nederland behoren, twee topmusea, de groeiende buurtcultuur. Waarom, was mijn conclusie, zouden we dat Europa in 2018 ook niet eens flink onder de neus wrijven? Want cultuur – denk ik in deze roerige dagen – is het enige van waarde dat er van ons overblijft. Ik slikte mijn aarzeling in. Ja, dacht ik, ik schríjf die column. Hierbij.'

Bert Jansma is journalist, columnist, Hagenaar en jazzliefhebber pur sang


2018 Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Den Haag 2018 nieuws? Schrijf je hier in!