Wim Willems
Laat de stad lezen
Vlak na de Tweede Wereldoorlog stond Den Haag bekend als DE culturele hoofdstad van Nederland. Die status moet zij opnieuw zien te verwerven, of daar althans naar streven. De stad beschikte destijds over niet minder dan elf lokale kranten, waaronder Het Vaderland en De Haagsche Courant. Veel boekhandels, zoals Boucher, Van Stockum en Jongbloed, beschikten over een eigen uitgeverij.
Burgers uit kansarme milieus, levend aan de onderkant van de samenleving, ontsnappen lezend en spelend aan hun achterstand. Door met het andere in aanraking te komen, weten zij te ontsnappen aan de beperkingen van hun directe omgeving.
Dat zorgde voor een sterke band met Haagse schrijvers. In 1960 telde de stad twintig uitgeverijen die de nationale schrijversmarkt bedienden, waaronder grote namen als Nijgh, Leopold, Stols en Bert Bakker. Op die positie van toonaangevende Republiek der Letteren kan Den Haag niet langer bogen. Wel zijn er toonaangevende literaire festivals, zoals Crossing Border en voorheen Winternachten. En er is zelfs een nieuw literair blad aan het Haagse firmament verschenen, Extaze, met een redactie die de ambitie heeft uit te groeien tot een podium voor lokaal talent.
Het sluiten van de deuren van zes Haagse wijkbibliotheken past niet bij die nieuwe trend. Investeren in de bovenkant van de samenleving en afromen aan de onderkant werkt contraproductief. Dat is de pijlers onder een lokale gemeenschap wegslaan. Het succes van een stad, zo leert de geschiedenis, valt af te meten aan de kansen die inwoners krijgen om zich te ontwikkelen – en te ontplooien. Door opleidingen, het behalen van diploma's en stijging op de werkvloer. Al tal van eeuwen werkt de stad als een emancipatiemachine, en dat komt mede door een breed aanbod van culturele voorzieningen. Juist daar zijn nieuwkomers altijd op afgekomen.
Burgers uit kansarme milieus, levend aan de onderkant van de samenleving, ontsnappen lezend en spelend aan hun achterstand. Door met het andere in aanraking te komen, weten zij te ontsnappen aan de beperkingen van hun directe omgeving. Daarvoor is het wel nodig dat ze in aanraking blijven komen met boeken, kranten en informatie via internet. Daarvoor zijn bakens in de buurt nodig, zoals leesplekken en creatieve broedplaatsen, om de tekorten van thuis te compenseren. Bibliotheken en culturele centra fungeren als bijtankstations in de buurt. Als die verdwijnen, blijven tal van jonge burgers – en ook ouderen – in de kou staan. Daar is niemand bij gebaat. Het verdwijnen van culturele voorzieningen zorgt voor een terugval in de tijd. Snijden gaat snel, opbouwen kost veel meer tijd. In dat opzicht spreekt alleen al de moeizame geschiedenis van het Haagse bibliotheekwezen boekdelen.
Het sluiten van bibliotheken en culturele buurtcentra leidt tot een ondermijning van het creatieve klimaat in een stad. Wat zijn we straks nog waard, met een handvol uitgeverijen, drukkerijen, boekhandels, kranten, tijdschriften en hier en daar een bibliotheek? We hadden toch afgesproken ons in te spannen om de titel van Culturele of Kennis Hoofdstad van Nederland in de wacht te slepen? Zonder een web van ontmoetingsplekken voor mensen die zich willen ontwikkelen, moeten ook schrijvers en kunstenaars een deel van hun publiek in de kou laten staan. Want aan de basis, daar gebeurt het. In klaslokalen, achterafzaaltjes, wijkpodia of tussen de bomen op het Lange Voorhout ontdekken jong en oud hun prille talent. De weg naar vroeger is afgesloten, daar praten we niet meer over. Maar iets meer vuur voor een toekomst als Culturele Hoofdstad is broodnodig.
Wim Willems is schrijver en hoogleraar Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, Campus Den Haag.






test
charis - 08-08-’11 10:44