Bert Jansma
Reuring in het theater
Wijlen Evert de Jager, directeur van Het Nationale Toneel, had het al eens gezegd; "We willen reuring in het Toneelkwartier". En met dat Toneelkwartier bedoelde hij de Koninklijke Schouwburg en de zalen van zijn eigen gezelschap daarachter.
Reuring, een woord dat in mijn Grote Van Dale – maar die is van 1961 uit de tijd dat ik Nederlands ging studeren – niet eens voorkomt, maar dat iets als deining en spektakel betekent. Leven in de brouwerij. Wel, dat hebben we in de afgelopen maand op een aangename manier gehad op die plek: het kennismakingsfestival met de nieuwe artistieke leider van dat Nationale Toneel, Theu Boermans, getiteld theuboermans@work.
Niet dat Den Haag opeens veranderd is, want liefhebbers weten dat de residentie altijd theaterstad is geweest.
Bij de openingsspeech noemde wethouder Marjolein de Jong cultuur "1 van de vier pijlers waarom mensen überhaupt in een stad willen wonen". (Onthouden svp, voor wanneer er aan subsidiekranen gedraaid gaat worden). In het festival kwamen een aantal recente regies van Theu Boermans voorbij, werd er elke dag met acteurs en regisseurs gediscussieerd naar aanleiding van een voorstelling. Informeel en 'relaxed', in de foyer van de Koninklijke, waar het onder de strenge fresco-vlakken van kunstenaar Sol Lewitt opeens veel warmer werd.
Een festival als inburgeringscursus voor regisseur Boermans aan wie het Haagse publiek ook nog adviezen kon geven via blocnoteblaadjes die aan een zuil geplakt konden worden. Met daarop teksten die varieerden van supporterskreten als 'Hup Theu!' tot serieus commentaar op zijn huidige werk en adviezen voor zijn Haagse toekomst. Vertaler Tom Kleijn, met dramaturge Rezy S. net in Den Haag ingetrokken, vond dat álle acteurs dat moesten doen. Een niet-Haagse actrice uit Theu's vroegere, Amsterdamse, Theatercompagnie had gemerkt dat er in Den Haag veel meer op de taal van een toneelstuk werd gereageerd dan elders en Theu zelf zei: "In Amsterdam heb je het idee dat het publiek steeds op weer een nieuwe lichtstand zit te wachten". Uiterlijker dus. '
Eerder hadden een aantal theaterjournalisten en schouwburgdirecteur Oscar Wibaut zich over de vraag gebogen wat Haags toneel nu eigenlijk is. Ik mocht er gespreksleider zijn en noteerde opmerkingen over stijl, elegantie, inhoudelijkheid, het 'talent van een zaal' (intimiteit), evolutie in plaats van revolutie. Zinnig allemaal, wat er in dat theuboermans@work plaatsvond en inderdaad, reuring.
Niet dat Den Haag opeens veranderd is, want liefhebbers weten dat de residentie altijd theaterstad is geweest. Vanaf het moment dat in 1804 de Koninklijke Schouwburg werd geopend en actrice mevrouw Ziesenis-Wattier door Lodewijk Napoleon werd toegejuichd. Een aantal jaren later gevolgd door zijn broer, Napoleon zelf, die liet weten dat zij alles overtrof wat hij al gehoord had. Haagse toneelgebeurtenissen volop, tot en met dik 200 jaar later de Appel-marathons en die spectaculaire 'Faust' van Johan Doesburg.
Toneel leefde hier zo dat er in 1731 zelfs een heuse 'toneeloorlog' plaatsvond, waarbij bezoekers naar de schouwburgen van destijds 'Voorhouttianen'en 'Casuaristen' (theater in de Casuaristraat) werden genoemd en elkaar met pamfletten te lijf gingen. Niet dat ze dat bij De Appel en Het Nationale Toneel óók moeten gaan doen, maar reuring, ja hoor, graag.
www.jazzmasters.nl/bertjansma.htm





