De laatste werkdag
"Ik weet het", zeg ik enthousiast in het kantoor van Den Haag 2018 waar Zsuzsa en Elsbet in grote concentratie voor hun beeldschermen zitten. Verstoord kijken ze op. "Cultuur gaat het maken in de stad zonder muren", zeg ik.
Doodse stilte. "Kan je het nog een keer herhalen?" zucht Zsuzsa met haar grote dikke buik. Ze is heel erg zwanger. En vandaag is haar laatste werkdag. De geboorte is gepland in het begin van januari. 2012: nieuw jaar met nieuw leven. Mooier kan het niet in de winter. "Cultuur gaat het maken in de stad zonder muren", zeg ik nogmaals, maar ditmaal duizend keer minder enthousiast.
Elsbet zegt: "Ik weet het niet". En Zsuzsa, die er niet van houdt om mensen te kwetsen en er steeds weer op hamert dat je nooit dingen moet doen of zeggen die niet bij je horen, knikt. Ze vinden mijn slogan maar niks. Eigenlijk vind ik het ook niks. Ik vond het al niks toen ik wakker werd en de woorden in mijn bewustzijn bleven hangen. Maar een gegeven paard kijk je niet in de bek, eh mond. Dus vandaar deze vergeefse poging.
Waarom hebben we eigenlijk een slogan nodig? We hebben toch al een slogan. Stad zonder muren. Prachtig toch... Ja prachtig maar we moeten hem elke keer weer uitleggen. Zo van: Den Haag is historisch gezien een dorp. Omdat andere steden hun macht niet kwijt wilden, mocht Den Haag geen stadsrechten krijgen. En geen stadsrechten betekende toen geen stadsmuren. Geen veiligheid. Met als gevolg dat iedereen vrijelijk Den Haag kon komen binnenwandelen. Of weer verlaten natuurlijk. Veel vluchtelingen (Hugenoten, Joden, andersdenkenden) vonden in Den Haag hun nieuwe woning. En dat is nog steeds zo. Nog steeds voelen veel mensen van elders zich thuis in Den Haag en vandaar dus die stad zonder muren.
Stad zonder muren, jawel. Maar we hebben natuurlijk wel muren. Elk huis heeft muren. Elke school. Elk museum. Elk kantoor. En er zijn ook onzichtbare muren. Tussen de mensen. "Stad zonder muren" klopt dus niet. We zijn een stad met muren, mentale muren. Heel veel Hagenaars zijn nog nooit in het Vredespaleis geweest of in een museum. Ook valt het niet mee om in de Tweede Kamer te komen. Of in het Paleis van de Koningin. Eigenlijk zouden we de muren tussen de mensen moeten weghalen. Een stad zonder muren worden... Net als vroeger.
Mooie slogan dus: Stad zonder muren. Waarom kwam dan die slogan "Cultuur gaat het maken in de stad zonder muren" in mijn hoofd. Cultuur gaat helemaal niets maken. Cultuur is er. We kunnen cultuur hooguit verbeteren, zodat we prettiger met elkaar kunnen samenleven. Met kunst. Met wetenschap.
"Weet je", zegt Zsuzsa. "Die slogan roept niets in me op. Hij is passief." En Elsbet knikt. Ze hebben gelijk. Het is een slogan uit de jaren zeventig toen we nog dachten dat alles gemaakt kon worden. Ook cultuur. Misschien heeft elke periode zijn eigen slogan nodig. In de jaren vijftig was het modewoord "Mieters!" In de jaren zestig "Hip"of "Te gek". Jaren negentig: "Cool". En nu "Vet." Of is dat ook al voorbij? "Cultuur is voor iedereen", zegt onze wethouder voor cultuur. Nou dan, misschien moet de slogan zijn: "Cultuur is mieters, hip, te gek, vet cool....!' En welk woord voegen we er dan in 2018 aan toe? Zsuzsa zwijgt. Haar gedachten zijn bij het nieuwe leven in haar buik. Het is vijf uur. Haar laatste werkdag is voorbij. In april komt ze weer terug. In het kantoor van de stad zonder muren.





