Bert Jansma
Een Midzomernacht en een Marathon
Alleen al om z’n theater zou Den Haag Europese culturele hoofdstad mogen zijn. De afgelopen maanden bewezen het nog eens. Eerste voorbeeld: Mark Rietman en Sophie van Winden in ‘Gekluisterd’, een kleine zaal-produktie van Het Nationale Toneel. Een bizar verhaal van de Ierse toneelschrijver Enda Walsh over een door polio half verlamd meisje en haar vader, een keiharde meubelhandelaar, wiens ambities zijn lam geslagen door de werkelijkheid. Samen moeten ze overleven: zij, gekluisterd aan haar bed, hij, tierend en scheldend aan die mislukte carrière. En beiden aan de taal die ze bindt. Monologen die móeten, taal als ritueel en redmiddel. Prachtig gespeeld, een stuk om stil van te worden.
En dan de meest recente première van het gezelschap: Shakespeare’s ‘Midzomernachtdroom’. Regisseur Theu Boermans had het al bij het Wiener Burg Theater geënscèneerd en nam zijn visie mee naar Den Haag. Het werd een ‘Midzomernacht’ zoals je zelden ziet. Dit had niets te maken met de lieflijke, elfachtige ‘Midsummer Night’s Dream’ van de traditie. Dit werd een zwarte komedie met grim- en een grijnslach tegelijkertijd. Shakespeare’s vorstelijke huwelijk als een zakelijke, vijandige overname. Met een waanzinnige decorwisseling waarin de hemel minutenlang neerstort op de aarde. En met de domme scènes van de handwerkslieden, die een gelegenheidsstukje instuderen als bijdrage aan het vorstenhuwelijk, ook werkelijk als klucht. Met Pierre Bokma, met en zonder ezelskop, en zijn collega’s alsof ze hun opleiding hadden gehad bij Kraaijkamp en De Gooyer of André van Duin. De zaal ging plat van het lachen. En toch bleef het een grimmig sprookje dat Boermans neerzette. “In Wenen door grote klassieke acteurs met veel techniek gespeeld”, fluisterde iemand aan de rand van het toneelgezelschap me toe, “maar hier is het gekker, levendiger en speelser”. Het stuk komt terecht terug op het repertoire.
En, derde voorbeeld, het theater dat er (eind januari) aan gaat komen bij Toneelgroep De Appel: de Herakles-marathon van elf uur. Ik heb hun eerdere marathons gezien, ‘Tantalus’ en ‘Odysseus’. Ondernemingen waarvan iedereen dacht dat ze daar bij De Appel gek waren geworden. Elf uur theater? Kamikaze. Zelfmoord. Maar het lukte. Van deze ‘Herakles’ heb ik nog geen scène gezien of gelezen. Maar ik ben met Appel-leider Aus Greidanus door de weer helemaal verbouwde Appel-ruimte gelopen. Met een enorme houten achterwand waaruit duikplanken tevoorschijn kunnen komen om acteurs te laten verschijnen. Met een rij Griekse zuilen die als een compleet Parthenon de piste in worden gereden. Met een boot die midden in die piste met boegpunt naar beneden op de bodem is vastgelopen. Het oogt alsof de mannen van de technische staf bij De Appel ieder afgestudeerd zijn in Delft. Daarin is De Appel uniek. Voorstellingen waarvoor zij zelf elke spijker in de muur slaan, stukken die zij zelf schrijven en elk woord en elke scène bedenken. Aus Greidanus zei me met gepaste trots: “Je kunt je nog wel eens permitteren om een Hamletje of een Tsjechov over te slaan, maar dit wordt in héél Europa niet meer gedaan, daarin zijn we uitzonderlijk”.
Bert Jansma is journalist, columnist, Hagenaar en jazzliefhebber pur sang





